Android, iOS

23 april 2020

Speel digitaal met voetbalplaatjes

Ontwijk bewakers bij je kunstroof

De jaarlijkse voetbalplaatjes actie van de Albert Heijn is weer gestart, en de supermarktketen heeft er ook een app bij uitgebracht. In de AH Voetbal app kun je je papieren plaatjes scannen en ze zo aan je digitale collectie toevoegen. Je spaart de teams van de clubs uit de Eredivisie, het Nederlands Elftal maar natuurlijk ook het Nederlands dameselftal, de Oranje Leeuwinnen. Door je gespaarde plaatjes te scannen voeg je ze toe aan je digitale elftal en kun je ze inzetten bij de voetbalgames in de app. Zo gebruik je je verzamelde spitsen om op het doel te schieten. De spelletjes kun je tegen de computer spelen of samen met vrienden. In totaal zijn er 235 verschillende plaatjes te sparen. Ook handig: vanuit de app kun je direct delen welke plaatjes je nog zoekt en welke je wilt ruilen.

Bij elke tien euro krijg je vier voetbalplaatjes en de actie loopt tot half februari.

AH Voetbal

Voor de meeste kunstliefhebbers zal een echte Picasso of Rembrandt aan de muur wat te hoog gegrepen zijn. In Master Thief ga je juist op pad om dit soort zeldzame kunstwerken uit musea te ontvreemden. Het doel is om in te breken, het schilderij stiekem te pakken en daarna snel te vluchten door in een helikopter te springen die wordt bestuurd door je collega’s van het dievengilde. Grote kunstwerken hangen natuurlijk niet letterlijk voor het grijpen: in het spel ontwijk je camera’s, sluip je om bewakers heen en zorg je vooral dat je niet gezien wordt. Mocht je toch betrapt worden dan is het een kwestie van zo snel mogelijk met de buit naar de helikopter te rennen. Kies dan wel goed je route: voor je het weet staat de kamer die jij wilde gebruiken voor je slimme vluchtroute opeens vol met bewakers.

Na de musea is de slungelige dief echter nog niet verzadigd: je reist onder meer naar Lapland om cadeautjes te stelen bij de kerstman en naar Hawaï voor kunst en beeldjes van een lokale stam.

Master Thief

Geschikt voor iOS en Android, gratis.

auteur: Reinier Zoutendijk

Dit artikel is eerder verschenen in Het Nederlands Dagblad