overige

23 april 2020

Modden

De gamewereld kent een lange traditie van modden, het eigenhandig aanpassen van een spel. Veel boerenjongens, zoals Bas en Stijn, bouwen graag de tractor van hun vader na.

Modders heten ze, van ‘modificaties’. Modders sleutelen aan games om de game aan te passen aan hun wensen. Games als Doom, the Sims kennen grote groepen modders. In grote Nederlandse onlinegroepen voor modders komen vooral 3D-modellen van tractoren, mesttanks en vrachtauto’s voorbij. Ze worden gemaakt voor het spel Farming Simulator, waarin spelers een boerenbedrijf runnen.
De sleutelaars blijken vooral boerenzonen. Overdag zitten ze op de trekker. ’s Avonds spelen ze Farming Simulator. Maar in het Zwitserse spel missen ze de specifieke tractoren, mesttanks en paardenklemmen waarmee ze zelf werken, of die bij hun ouders of ooms op het boerenbedrijf staan. Dus leren ze zichzelf 3D-tekenen, vragen ze bij fabrikanten bouwtekeningen aan en delen ze hun creaties met miljoenen andere Farming Simulator-spelers.

Sinds zijn twaalfde helpt Bas Beuwer (16, op de foto) ‘intensief’ mee op het bedrijf door bijvoorbeeld de stallen schoon te maken en het gras te maaien. ‘In de winter kunnen we niet maaien, dus dan doe ik het op de computer.’ Een shootergame als GTA V vindt Bas meer voor ‘stadsmensen’. Soms speelt hij het zelf ook wel. Farming Simulator is serieuzer, dat is volgens Bas ook de aantrekkingskracht ervan. ‘Je bouwt een boerenbedrijf van de grond af op. Je houdt paarden, verbouwt gewassen en langzaam breid je zo het bedrijf uit. Na school verdeel ik taken met vrienden op ons virtuele boerenbedrijf, net als in het echte leven.’

Toen Bas acht was, vertelde een knecht van zijn vader hem over het modden in Farming Simulator. ‘Die knecht zei: ‘Ik kan je laten zien hoe je onze machines in het spel krijgt.’ Dat was fantastisch.’

Waarom het uitmaakt of je in het spel met een Zwitserse of een Nederlandse trekker rijdt? ‘Ik wil het boerenleven zo realistisch mogelijk maken. We gebruiken in Nederland machines die mest dicht bij de grond verspreiden, met slangetjes. Als ik in Farming Simulator ga bemesten, wil ik dat doen zoals mijn vader dat nu doet.’

Bas keek online al een tijdje mee met Nederlandse modders op YouTube. In samenwerking met een boerenjongen uit Zwolle begon hij een bemester te maken: ‘Hij maakte een begin van de bemester in 3D, daarna was het mijn beurt. Die bemester bestond uit duizenden onderdelen, hij was veel te groot om goed in het spel te krijgen.’ Zijn eerste succes boekte hij eind 2019, toen het hem in samenwerking lukte een aardappelpoter na te maken. Het kwaliteitsteam van Farming Simulator keurde de poter goed en de machine werd beschikbaar op de officiële modpagina van het spel. ‘Hij is honderden keren gedownload, dat geeft een supergevoel.’

Het meest kijkt Bas op tegen de Nederlander ‘Wopster’, zijn team introduceerde seizoenen in het spel, een mod die op de officiële nieuwspagina van Farming Simulator staat.

Stijn ‘Wopster’ Wopereis (24) begon in 2008 met modden en ging later de opleiding software engineering doen. ‘Ik schreef scripts en maakte animaties waarin je bij een mesttank uitstapt en de slang stapje voor stapje in een mestput steekt, daar gaat de gemeenschap heel goed op.’ Zijn bijdragen, zoals een mesttank of de seizoenen, maken de game nog realistischer. Seizoenen zijn van invloed op het boerenleven. Spelers kunnen dankzij zijn mod sneeuwschuiven in de winter en gras drogen in de zomer.

Dat hij wereldwijd misschien wel de beste modder is van Farming Simulator blijkt uit zijn onthaal op de laatste FarmCon in Duitsland, een beurs die de gameontwikkelaar voor modders organiseert. Stijn werd continu aangesproken en kreeg vooral complimenten voor de seizoenenmod die hij met teamleden maakte. Het was alsof hij fans had, zegt Stijn. ‘Een Duitser zei dat ik Farming Simulator voor hem had gered.’

Autuer: Maarten van Gestel

Dit artikel is eerder verschenen in Het Nederlands Dagblad