Achtergrond

27 februari 2014

Maken games je agressief en gewelddadig?

De schutter op de school in Newtown had vaak Call of Duty gespeeld. Dus komt de vraag: maken games je agressief en gewelddadig? Obama trekt 10 miljoen dollar uit voor onderzoek. Maar is er niet al genoeg onderzoek gedaan naar geweld en games?

Begin vorig jaar deden zeventig Franse studenten mee aan een onderzoek – naar het effect van felle videogamebeelden op het gezichtsvermogen, was hun verteld; ze zouden er tien euro voor krijgen. Na elke gamesessie moesten ze een eind schrijven bij een verhaal. Bijvoorbeeld: een automobilist wordt aangereden, zijn auto raakt zwaar beschadigd, hij stapt uit en…

Vervolgens moest elke student een game spelen waarin het op reactiesnelheid aankwam; hun werd verteld dat ze tegen iemand van hetzelfde geslacht speelden, en dat de verliezer op een afschuwelijk irritant geluid zou worden getrakteerd. Elke student mocht zelf bepalen wat voor geluid dat moest zijn en hoe lang het zou duren.

mediametro_ll_ss_7

In werkelijkheid ging het onderzoek, door professor Brad Bushman van de Ohio State University, om het verband tussen gewelddadige games en agressief gedrag. De uitkomst: degenen die een gewelddadige game speelden, schreven vaker een agressief verhaal en kozen voor hardere, irritantere geluidssignalen. Met andere woorden: van Call of Duty spelen krijg je zin om te vechten.

De schutter op de school in Newtown in december vorig jaar hield van shootergames zoals Call of Duty. President Barack Obama besloot daarop het wapengeweld aan te pakken en als onderdeel daarvan vroeg hij het Congres om 10 miljoen dollar voor onderzoek naar de effecten van geweld in games en andere media. Maar hebben we echt meer onderzoek nodig? Zijn er niet al genoeg studies gedaan?

blootstelling

Voor dit artikel hebben we tientallen onderzoeken bekeken en met een groot aantal vooraanstaande onderzoekers op dit terrein gesproken. Gek genoeg is er op dit gebied al enkele tientallen jaren weinig nieuws. Sinds 1984 zijn er meer dan honderd onderzoeken gedaan, zegt hoogleraar Chris Ferguson van Texas A&M University.

Sommige onderzoekers lieten studenten bepaalde games spelen; anderen volgden het gedrag van kinderen over langere tijd, via bijvoorbeeld maandelijkse rapportages van ouders. Er zijn in dit veld twee grote metaonderzoeken gedaan, waarbij bestaande onderzoeken op een rijtje werden gezet. Het ging om dezelfde gegevens en toch kwamen er totaal tegengestelde conclusies uit.

Geweldsgames maken je agressiever

Sommige wetenschappers, zoals Bushman, concluderen dat kinderen inderdaad agressiever worden van geweldsgames – onrustiger, meer geneigd om met elkaar te vechten. Games als Halo maken je agressiever.

‘Over het geheel genomen laat onderzoek zien dat blootstelling aan gewelddadige games leidt tot meer agressieve gedachten en meer gevoelens van boosheid; ook gaan de hartslag en de bloeddruk omhoog – tekenen van opwinding, die mede kunnen verklaren waarom het ook tot meer agressief gedrag leidt’, aldus Bushman telefonisch. ‘Gamen leidt tot minder behulpzaam gedrag en minder empathie voor anderen. Die effecten zie je bij mannen én vrouwen ongeacht leeftijd, overal ter wereld.’

discussie rond games en geweld

Maar volgens anderen, zoals Ferguson, vertoont het onderzoek gebreken en is het niet eenduidig. ‘Ik vind eerlijk gezegd dat iemand liegt als die jou vertelt dat er een consistente lijn zit in het agressieonderzoek’, zegt Ferguson. ‘Op dit moment is die lijn niet sterk genoeg om een oorzakelijk verband of zelfs enige samenhang aan te tonen tussen gamegeweld en agressie – ook niet als je ‘agressie’ heel ruim definieert.’

Het is een discussie die al 25 jaar loopt en nog niet op z’n eind lijkt. Het debat laait vooral op na schietpartijen zoals in Columbine, Virginia Tech en in Noorwegen. Er waren connecties tussen de schutter van Virginia Tech en de game Counter-Strike. Anders Breivik was gek op World of Warcraft. Laten we beide kanten van de discussie onder de loep nemen.

er is een verband: games maken je agressieverMagische strijd

‘Het verband lijkt vrij duidelijk’, zegt Doug Gentile, een vooraanstaand onderzoeker van mediageweld. ‘Het spelen van gewelddadige games zorgt bij kinderen voor een andere houding en mening over geweld. Het maakt hen minder gevoelig. Zeker op de korte termijn jaagt het agressieve gevoelens aan. Op langere termijn koppelt het agressie aan plezier, wat toch vreemd is.’

Gentile, hoogleraar aan de Iowa State University, ziet het gebrek aan consistente lijn in de onderzoeken niet als probleem. ‘Als één onderzoek geen effect aantoont, zijn daarmee alle andere niet onjuist. Er zijn genoeg onderzoeken die wel effect aantonen. Dat zou niet meevallen als dat effect er niet echt was.’

agressief

Brad Bushman stemt daarmee in. ‘Ik zou hetzelfde onderzoek vijftig keer kunnen doen en steeds andere resultaten krijgen. In elk wetenschappelijk onderzoek zitten willekeurige variabelen en sommige studies vinden geen effect. Het probleem is dat je dat laatste moeilijk kunt verklaren. Het is veel makkelijker een effect te verklaren dan het ontbreken van effect, want voor dat laatste zijn allerlei verklaringen denkbaar.’

In 2010 zette Bushman een aantal onderzoeken met in totaal zo’n 130.000 deelnemers op een rijtje. Zijn conclusie: er is verband tussen gewelddadige games en agressie. Maar is er daarmee ook verband met gewelddadig gedrag? Volgens Bushman is dat niet te zeggen. Geweld kun je niet onderzoeken. ‘Wij kunnen onze proefpersonen geen mes of geweer in handen geven en dan kijken wat ze daarmee doen. We weten wel dat er een verband is tussen het spelen van gewelddadige games en meer alledaagse vormen van agressief gedrag, zoals vechtpartijtjes.’

er is geen verband: games maken je niet agressiefkChasm Squads Thumbnail

Volgens Chris Ferguson is er gewoon geen aantoonbaar verband tussen geweldsgames en agressie. De huidige onderzoeken deugen niet, zegt hij. In de metastudie van Bushman c.s. ontbreken veel onderzoeken waaruit geen verband bleek; die worden vaak niet gepubliceerd, omdat de onderzoekers dan aannemen dat er iets fout gegaan is. Het onderzoek schiet op drie punten tekort, zegt Ferguson.

Ten eerste: veel studies kijken naar studenten, niet naar kinderen. ‘De meeste studenten weten al iets van theorieën over mediageweld en agressie. Als ze dan een gewelddadige game moeten spelen, waarna ze al dan niet iets agressiefs moeten doen, hebben zij een idee waar het over gaat, wat er van hen verwacht wordt.’ Studenten zullen daardoor vaker tekenen van agressie vertonen dan kinderen, zegt Ferguson.

flexibel

Ten tweede: de criteria om agressie te meten zijn niet ideaal. ‘Je moet bijvoorbeeld in het woord ‘explo.e’ de ontbrekende letter invullen. Als je er dan explode (ontploffen) van maakt en niet explore (onderzoeken), wijst dat op agressiviteit. Of als je je tegenstander wilt trakteren op korte stoten van een dreunend geluid. Maar daarmee heb je het nog niet over zelfs maar kleine daden van agressie.’

Ten derde: sommige meetcriteria in de onderzoeken zijn zo flexibel dat je er voor elke hypothese die je bevestigd wilt hebben, er wel wat uit kunt halen. ‘Met die geluidentest kun je aantonen dat gamen agressief maakt, of minder agressief, of dat het geen effect heeft.’ In 2011 sprak het Amerikaanse Hooggerechtshof uit dat er geen beslissend verband was tussen videogames en agressie; ‘de meeste onderzoeken lijden onder aanzienlijke, erkende methodologische gebreken’, aldus de uitspraak.

wat is agressie?Novac

Agressie in een ruime definitie is: elke vorm van vijandig gedrag. De metastudies van zowel Ferguson als Bushman laten een gemiddeld agressie-effect van ongeveer twee procent zien. Dat is de uitkomst van een ingewikkelde wiskundige formule met gamen en agressief gedrag als variabelen. Maar hoe kwantificeer je agressie? Zelfs wetenschappers zijn het daar niet over eens. In een van Fergusons onderzoeken bleek een agressietoename van minder dan 0,5 procent. ‘Zou je dat bij jezelf merken na het spelen van een game? Ik denk het niet, zo’n gering effect’, zegt Ferguson.

Maar Gentile is het daar niet mee eens; Ferguson kijkt volgens hem te veel naar crimineel geweld. Bij kinderen kan een kleine agressietoename al behoorlijk merkbaar zijn, zegt hij. ‘Het gaat mij vooral om alledaagse agressiviteit. Loop eens een middelbare school binnen en kijk hoe leerlingen in de onderbouw met elkaar omgaan. Ze zijn niet aardig tegen elkaar. Ze zeggen gemene dingen en soms slaan ze misschien ook. Dat is dan het meest extreme wat je vindt. Maar dat is wel het agressieniveau waar kinderen dagelijks mee leven.’ En volwassenen net zo goed. Als je op dat niveau kijkt, is er wel effect, ook in Fergusons onderzoek.

competitie zorgt voor agressie

Nog een vraag: hebben onderzoekers weten aan te tonen dat het geweld in games de exclusieve factor is? Of spelen er misschien andere factoren mee? Paul Adachi, student aan Brock University, deed vier jaar lang onderzoek onder 1492 adolescenten. Hij hield bij hoe vaak en hoe lang ze verschillende soorten games speelden – sport, racen, shooters – en liet hen dan vragen beantwoorden als: ‘Hoe vaak in de afgelopen zes maanden heb je iemand een klap of een schop gegeven?’

Adachi keek naar het effect van gewelddadige games met competitie (bijvoorbeeld Mortal Kombat vs. DC Universe), gewelddadige games zonder competitie (Left 4 Dead 2), niet-gewelddadige games met competitie (Fuel) en niet-gewelddadige games zonder competitie (Marble Blast Ultra). De uitkomst was fascinerend: niet het geweld wakkerde agressie aan, maar de competitie.

thuissituatieef5193612f90b689_999_large

‘Als beide typen games met competitie een aantal uren per dag werden gespeeld, was dat een voorspellende factor voor agressie in de toekomst’, zegt Adachi telefonisch. ‘Bij niet-gewelddadige games zonder competitie zag je dat niet. Dus misschien is het niet het geweld, maar de competitie in games die verantwoordelijk is voor een verband tussen gamen en agressie.’

‘Voor zover ik weet zijn er maar twee andere onderzoeken die echt naar de factor competitie hebben gekeken’, zegt Adachi. ‘Maar er zijn meer factoren die met agressie te maken kunnen hebben, die niet zijn onderzocht, zoals de moeilijkheidsgraad of de snelheid van een game.’ En maakt sekse ook verschil? Jongens zijn agressiever dan meisjes. En de thuissituatie? Het inkomensniveau? Een geschiedenis van pesten of gepest worden? In de onderzoeken tot nu toe worden sommige van deze factoren erin betrokken, andere niet.

Verschillen tussen games en films

Hanneke Polman deed in 2008 een onderzoek bij 56 kinderen (28 jongens, 28 meisjes). Zij werden in groepjes van drie verdeeld. Het ene kind speelde een niet-gewelddadige game, het andere kind een gewelddadige game en het derde kind keek bij die gewelddadige game toe. Naderhand bleek dat spelers van de geweldsgame beduidend agressiever waren, in elk geval op korte termijn, dan degenen die alleen hadden meegekeken.

‘Het is een mooi onderzoek, omdat de deelnemers precies dezelfde geweldsbeelden zagen’, zegt Brad Bushman. ‘Maar de spelers waren agressiever dan de meekijkers. Van dat soort onderzoeken hebben we er meer nodig.’

effectontploffingachterMichaelmetgun

Zoals bij alle wetenschappelijke onderzoeken is het ook van belang naar de politiek erachter te kijken. Wie betaalt er bijvoorbeeld voor al deze studies? Bushman: ‘Sommige onderzoekers hebben geld gekregen van organisaties als het National Institute on Media and the Family (dat niet meer bestaat) en het Center for Successful Parenting, een organisatie die de negatieve ­effecten van geweld in de media wil aantonen.’ En de gamesindustrie? ‘De brancheorganisatie ESA heeft op geen enkele manier voor onderzoek betaald.’

Je hebt geen doctorstitel nodig om te weten dat het menselijk brein een complexe machine is. Sociale wetenschap is niet exact: mensen worden om verschillende redenen agressief en er zijn honderden factoren die daarbij een rol kunnen spelen. Maar je kunt het moeilijk met Obama oneens zijn dat we meer onderzoek nodig hebben naar het effect van gewelddadige videogames. Wat kan daar mis mee zijn?

Geen duidelijk verband tussen games en agressie

Misschien spreken de data voor zichzelf: misschien is er een duidelijk verband tussen videogames en agressie. De vraag: maken games je agressief? is dus niet te beantwoorden. ‘Geen onderzoeker die ik ken, zal zeggen dat geweld in de media de enige risicofactor voor agressie of geweld is, of de belangrijkste factor’, zegt Bushman. ‘Het gaat meestal om een opeenstapeling van factoren. Maar het is een factor waar we iets aan kunnen doen.’ Of misschien heeft Chris Ferguson gelijk en is het huidige onderzoek niet eenduidig genoeg om een oorzakelijk verband vast te stellen.

Een beetje meer scepsis over wat er in de media gezegd wordt, kan zeker geen kwaad. ‘Als mensen wat sceptischer zijn over stellingen die ze van wetenschappers horen, aan alle kanten van elk debat, over gamegeweld of wat dan ook, zou dat heel mooi zijn’, aldus Ferguson. ‘Want wetenschap is mensenwerk. Wetenschap wordt makkelijk geschaad door politiek en door persoonlijke meningen.’

Waarom nu?

‘Waarom praten we alleen over mediageweld als er iets vreselijks is gebeurd?’, vraagt Doug Gentile van Iowa State University. ‘Zo’n drama als een schietpartij waarbij kinderen omkomen, verwringt de manier waarop we over dat onderwerp denken. Dan moeten er schuldigen gevonden worden. Maar gamegeweld is nooit dé oorzaak. Er is nooit één oorzaak voor zoiets. Mensen zijn complex.’

De volledige versie van dit essay (in het Engels) is te vinden op het gamesblog kotaku.com/5976733

auteur: Jason Schreier / kotaku.com (vertaling Wim Houtman / Nederlands Dagblad)
Dit artikel is eerder verschenen op ND.nl