Achtergrond

23 February 2018

De stoelendans rond gamen en geweld

Afgelopen week werd er in de discussies rond de dieptrieste schoolshooting in Florida ook met de beschuldigende vinger gewezen op geweld in games. Zelfs door de Amerikaanse president. Trump zegt: ‘ We moeten misschien iets doen aan wat kinderen zien en hoe ze het zien.’ Hij heeft het dan ook over films. Het is een stoelendans die na elke shooting opnieuw gedaan wordt. Toch is Trump niet ineens bekeerd. Zijn opmerking is het niet nieuw: hij heeft zich al eerder kritisch uitgelaten over games. Zie deze tweet uit 2012.

Kritiek
Erik Kain, games-redacteur bij zakenmagazine Forbes wijst op allerlei bewijs tegen de stelling dat games de schoolshootings in de hand werken. In andere landen wordt ook gegamed: in Japan zijn er bijvoorbeeld maar 10 doden door vuurwapens op 127 miljoen Japanners.

Violent video games don’t kill people. Lax gun laws that make dangerous firearms far too easily accessible kill people.

En ook in veel andere media verschenen kritische verhalen, waaronder de Washington Post: If video games spur gun violence, it’s only in the United States.

Of games leiden tot agressief gedrag, wordt ook door de wetenschap betwijfeld. Dit artikel biedt een overzicht van wetenschappelijk bewijs voor en tegen de stelling. Uitkomst: onbeslist.

PS: Iedere gamer moet bij zichzelf nagaan wat het effect van het gamen is. Als gamen je agressief maakt of veel meer dan een hobby is, dan moet je op zoek naar hulp.

Auteur: Marieke Westerterp